Monday, October 23, 2006

Gevraagd: Minister van Justitie (m/v)

In De Tijd van 1 september 2006 verscheen het volgende opiniestuk van Prof. Dr. Em. Marcel Storme, advocaat in Gent en voorzitter van de International Association Procedural Law, Ere-Voorzitter van de Vlaamse Juristenvereniging, en voormalig (1963 tot 1995) hoogleraar procesrecht aan de Gentse Rechtsfaculteit.

* * *
Gevraagd: minister van Justitie (M/V). Vertrouwen, efficiëntie en relatie tussen justitie en samenleving zijn prioriteiten.

De goede werking van de gerechtelijke instellingen is niet alleen de kerntaak van het ministerie van Justitie. Zij is ook de grondvoorwaarde voor het economisch welzijn van het land. Bedrijven hebben immers behoefte aan efficiënte procedures. Zoals we vandaag bezig zijn, geraken we er niet. Er is niet alleen een betere minister van Justitie nodig, maar ook een 'Gandois à la Justice'.

De Wereldbank laat geen twijfel bestaan over het belang van een goed werkende justitie: een betrouwbaar en goed werkend wettelijk en juridisch systeem is de voorwaarde voor het economisch, politiek en sociaal welzijn van de bevolking van een land.' Om die reden is het belangrijk dat er in dit land een andere aanpak komt voor justitie dan wat we tijdens de huidige regering hebben gezien.

Het begon in 2003 nochtans met een indrukwekkende ouverture. Twee eminente deskundigen, oud-voorzitter van de Kamercommissie voor justitie Fred Erdman en de Luikse decaan Georges de Leval, kregen de opdracht aan de hand van dialogen de werking van het gerecht te ontleden. Een waardevol rapport - gelukkig dat de Vlamingen Frans kunnen lezen, want de Nederlandstalige tekst was een schabouwelijk vertaling - was het resultaat. Er zaten veel vaststellingen en voorstellen in. Maar een en ander belandde grotendeels in de laden van Justitie.

Een tweede vernieuwend project was het Themisplan (pdf). Dat plan moest van de rechtscolleges autonome entiteiten maken, zodat zij met eigen budgettaire middelen een meer efficiënt beleid kunnen voeren. Deze ontwikkeling is reeds geruime tijd bezig in onze buurlanden Nederland en Frankrijk. Maar ook dit project komt er niet omdat het totaal verkeerd werd aangepakt zonder voorafgaand overleg met de korpsoversten en omdat het op ongrondwettelijke wijze almacht gaf aan een ambtelijk bestuurder.

Men zou de gerechtelijke arrondissementen hertekenen en het kader van de magistratuur globaal herzien, maar men belandde uiteindelijk in de puinhoop van het gevangenisbeleid.

Wij hebben in dit land behoefte aan een vernieuwd, doortastend en creatief justitiebeleid dat zich vooral moet toespitsen op drie hoogprioritaire doelstellingen.

Vertrouwen in het gerecht

Dit is een oud zeer, vooral na de desastreuze 'imagebuilding' door de parlementaire onderzoekscommissie. Wie die kwalificatie overdreven vindt, moge 'Le petit Mourre, Dictionnaire de l'histoire' raadplegen en het artikel 'Belgique: 'L'existence de réseaux de pédophilie et de meurtres d'adolescents, manifestement occultés par une partie de la police et de la Justice' eens lezen.

Het gerecht is het laatste bolwerk voor de bescherming van de rechtsstaat. Die is nooit de hoofdbekommernis van de Belgische burger geweest. Maar zij wordt bijzonder bedreigd wanneer de gezagdragers zelf niet aarzelen gerechtelijke uitspraken schaamteloos te bekritiseren. Dit is de jongste jaren herhaaldelijk gebeurd zonder dat de minister van Justitie haar collega's heeft gekapitteld.

Ik durf beweren dat wij in dit land beschikken over een keurkorps van integere magistraten, maar de voorwaarden voor een aangepaste productiviteit zijn nog steeds niet vervuld. Bovendien stel ik vragen met betrekking tot de hernieuwing van de mandaten van de korpsoversten, waar in bepaalde gevallen 'correcties' zijn gebeurd.

Efficiëntie van het gerecht

Het gerecht moet efficiënt kunnen werken. Misschien zijn nieuwe procesregels nodig, zoals bijvoorbeeld een rechter die het proces actief leidt. Maar de inzet van alle actoren van het gerecht is primordiaal.

Die actoren zijn de partijen zelf: de burger of het bedrijf zijn rechtzoekenden en nemen deel aan de werking van het gerecht. Daar moet de grootste inspanning worden geleverd. Zij moeten leren hoe men de problemen en/of conflicten kan oplossen, moeten vernemen hoe men moet handelen zonder naar de overheidsrechter te stappen, zoals arbitrage, en moeten tenslotte beseffen dat men ook de procedureregels kan aanwenden om binnen een redelijke termijn een einduitspraak te bekomen.

Maar de actoren zijn ook de advocaten en magistraten. Toen, precies 200 jaar geleden, de Napoleontische Code de burgerlijke procedure tot stand kwam, onderstreepte een van de redacteurs dat alles zou afhangen van de wijze waarop deze actoren de codex elke dag zouden toepassen.

Of de digitalisering waartoe reeds jaren geleden werd beslist en die nu eindelijk op het getouw staat een fundamentele oplossing brengt voor de efficiëntie van het gerecht, zullen wij pas veel later weten.

Justitie betekent eigenlijk drie dingen: gerechtigheid, gezag en instelling. Over de instelling en de noodzaak van haar goede werking hadden wij het reeds.
Maar een visie over de gerechtigheid in onze hedendaagse samenleving en over de zingeving van het justitieel gezag behoort blijkbaar niet tot de kopzorgen van de bewindslieden in de federale overheidsdienst Justitie. Het hele jaar door heeft men paniekvoetbal gespeeld inzake jeugdstrafrecht.


Praatbarakken

De jongste wetsontwerpen roepen praatbarakken in het leven (10 juli 2006) of scheppen hopeloos complexe mechanismen voor de evaluatie van magistraten (14 juli 2006). Van enige beleidsvisie kan hier moeilijk worden gesproken.

De conclusie van dit alles ligt voor de hand. Wij hebben in dit land behoefte aan een echte minister van Justitie, een persoon die de biotoop en de bedrijfscultuur kent en van daaruit fundamentele hervormingen kan doorvoeren. Een persoon die moet weten dat Justitie terug een plek moet worden waar kabinet en administratie buiten de publiciteit aan een nieuw beleid kunnen werken. Justitie is niet de plaats waar men politieke populariteit kan beogen. Het moet gaan om een politicus die dit departement voltijds wenst te leiden en derhalve volledig beschikbaar is voor Justitie.

Sinds 1950 hebben wij 20 ministers van Justitie gehad. Er waren onder hen politieke zwaargewichten, maar hun profiel stemde niet overeen met de opgesomde kwalificaties. Het werd dan ook niets.

Naast een minister moet er een niet-politieke figuur komen, belast met de voltijdse begeleiding van de werking van het gerecht. Wij hebben ooit een commissaris van de koning gehad, die bovendien een zitje had in de regering.

In 1994 heb ik aan de toenmalige minister gezegd dat wij behoefte hadden aan een 'Gandois à la Justice'. Jean Gandois was de Fransman die in de jaren tachtig het Waalse staal saneerde. Een Gandois voor Justitie is vandaag meer dan ooit nodig.