Sunday, December 2, 2007

Citizens fight new Belgian antidiscrimination laws before the Constitutional Court

PRESS RELEASE

On November 29th, more than 160 citizens filed a joint petition with the Belgian Constitutional Court in order to annul newly modified racism and anti-discrimination legislation.

The 160-odd citizens are men and women of all ages, from all Belgian Regions (to wit, Flanders, Wallonia and Brussels) and representing a broad cross-section of the Belgian population. Among them, there are unemployed persons as well as managers, independent professionals, employees, civil servants, lawyers, students and retirees. A number of petitioners work in the media or publish regularly.

One of their chief concerns was the abrogation of free speech by the new legislation. The tree laws entered into force after the Belgian Constitutional Court on October 6, 2004 annulled important sections of the anti-discrimination law of 2003. The Belgian government then decided to draft three new laws: one law replacing the old racism law of 1981, a second law replacing the anti-discrimination law and a third law regarding the equal treatment of men and women. The laws entered into force on June 9, 2007, one day before the June 10, 2007 federal elections. The new legislation contains very vague and very broad provisions.

Freedom of speech, but also religious freedom and freedom of peaceful assembly and association are severely restricted. The provisions on the prohibition of discrimination and the criminal sanctions imposed by the new legislation are so vague that a strict interpretation of the law renders persons criminally liable for reading out certain quotes from the Bible or the Quran, or even for disseminating major works by Darwin or Shakespeare.

In addition, anyone cooperating with a ‘group that repeatedly and apparently spreads discrimination and segregation’ may be punished, even if such cooperation would have been extended unwittingly.

In civil matters, the burden of proof is reversed as soon as a presumption of discrimination has been demonstrated by means of statistics or anonymous tests. Citizens who are unable to prove they have not been acting in breach of the new laws, may be condemned to pay lump sum indemnities (up to six months gross salary in case discrimination by employers or potential employers), without it being necessary for alleged victims of discrimination they actually incurred damages.

Further information may be obtained from Mr. Matthias Storme (matthias.storme [at] ks4v.be) and Mr. Jelle Flo (jelle.flo [at] ks4v.be), who represent the petitioners in their capacity as attorneys at law.

The full text of the request to the Constitutional Court can be found in Dutch here.

Burgers vechten antidiscriminatiewetten aan bij het Grondwettelijk Hof

PERSBERICHT - Brussel, 29 november 2007

Op 29 november werd namens meer dan 160 verzoekers een verzoekschrift (volledige tekst in pdf hier) gericht aan het Grondwettelijk Hof om de dit jaar aangepaste racisme- en discriminatiewetten te laten vernietigen.

De meer dan 160 verzoekers zijn mannen en vrouwen van alle leeftijden, uit alle Gewesten van België en uit alle lagen van de bevolking. Onder hen zijn zowel werklozen als bedrijfsleiders, zelfstandigen, bedienden, ambtenaren, advocaten, studenten en gepensioneerden. Veel verzoekers werken in de media of publiceren regelmatig teksten. Een van hun voornaamste bezorgdheden was de schending van de vrijheid van meningsuiting door de aangevochten wetten.

De drie wetten kwamen er nadat het toenmalige Arbitragehof op 6 oktober 2004 belangrijke onderdelen van de antidiscriminatiewet van 2003 vernietigd had. De regering besloot drie nieuwe wetten op te stellen: een wet die de oude racismewet uit 1981 moest vervangen, een nieuwe antidiscriminatiewet en een wet met betrekking tot de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De wetten werden van kracht op 9 juni 2007, één dag voor de verkiezingen van 10 juni 2007.Deze nieuwe wetten bevatten zeer vage en ruime bepalingen.

Onder andere de vrijheid van meningsuiting, maar ook de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging worden aan ernstige beperkingen onderworpen. De discriminatieverboden en strafbepalingen zijn zo vaag dat volgens een strikte interpretatie van de wet, personen strafbaar zouden kunnen gesteld worden voor het voorlezen van bepaalde passages uit de Bijbel of de Koran, of zelfs voor het verspreiden van de werken van Darwin of Shakespeare. Ook kan iedereen die zijn medewerking verleent aan een 'groep die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt', gestraft worden, ook al wordt die medewerking onopzettelijk verleend.

In burgerlijke zaken wordt de bewijslast omgekeerd zodra er door middel van statistieken of praktijktests een vermoeden van discriminatie zou aangetoond worden. Mensen die dan niet kunnen bewijzen dat ze niet discrimineerden, kunnen veroordeeld worden tot betaling van forfaitaire schadevergoedingen (voor werkgevers bijvoorbeeld gaande tot zes maanden brutoloon), zelfs zonder dat er van schade sprake hoeft te zijn.

Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij de advocaten van de verzoekers, Mr. Matthias Storme (matthias.storme [at] ks4v.be) en Mr. Jelle Flo (jelle.flo [at] ks4v.be).

Sunday, May 13, 2007

SWIFT Privacy: Data Processor Becomes Data Controller

Last month, SWIFT emphasised the urgent need for a solution to compliance with US Treasury subpoenas that provides legal certainty for the financial industry as well as for SWIFT. SWIFT will continue its activities to adhere to the Safe Harbor framework of the European data privacy legislation. Safe Harbor is a framework negotiated by the EU and US in 2000 to provide a way for companies in Europe, with operations in the US, to conform to EU data privacy regulations.

This seems to conclude a complex privacy case, widely covered by the US and European media.

A fundamental question in this case was who is a data controller and who is a mere data processor. Both the Belgian and the European privacy authorities considered SWIFT, jointly with the banks, as a data controller whereas SWIFT had considered itself as a mere data processor that processed financial data for banks. The difference between controller and processor has far reaching consequences.

Read the whole article here or download the pdf.

I wrote this article for the Journal of Internet Banking and Commerce, April 2007, vol. 12, no. 1.
Free subscription to this journal: here

TMT practice of Monard-D'Hulst Brussels

Since beginning of April I joined the Brussels based independant law firm Monard-D’Hulst. I will be heading the TMT-IP (Technology, Media, Telecom - Intellectual Property) practice group. It's areas of interest are legal management of ICT-projects, privacy, e-business, electronic contracting, outsourcing and service level agreements, intellectual property, security, electronic invoicing, copyright, trade marks, etc.

Snel en efficiënt ICT-geschillen oplossen. Al eens aan bemiddeling gedacht?

Een toenemend aantal bedrijven alvast wel. Wel is nog meer informatie nodig over bemiddeling of mediation. Dat blijkt uit een rondvraag bij bedrijfsjuristen die wel eens te maken krijgen met ICT-geschillen of betwistingen over intellectuele eigendom.

ICT-geschillen oplossen vergt een bijzondere aanpak

ICT-processen zijn meer en meer business-kritisch. Dit betekent dat veel ICT-geschillen een gevolg hebben voor de continuïteit van de onderneming. Als een onderneming een leverancier heeft gekozen voor een ICT-project, is het dus niet altijd zo eenvoudig om deze keuze ongedaan te maken. ICT-contracten voorzien vaak mechanismen om een evenwicht te zoeken in de contractuele verplichtingen, zoals service credits, change management of een benchmarking voor prijsherziening. Vaak ligt een technische kwestie, of een discussie over onderhoud of over kwaliteitsvereisten aan de basis van een conflict. De technologie verandert snel. Bovendien is er een toenemende convergentie tussen verschillende technologieën. Bijvoorbeeld tussen telecom, spraak en data transfer, of convergentie tussen inhoud en infrastructuur, zoals het online uitwisselen van muziek en video in peer to peer netwerken. Wat is de impact op het budget en de timing binnen het project? Wat is het gevolg voor de positie van de ICT-manager of projectmanager die rond de tafel zit? Een goed begrip van al deze zaken is onontbeerlijk voor het zoeken naar een snelle en efficiënte oplossing, of om de oplossingen te kunnen inschatten die leverancier en klant zelf voorstellen.

Naar de rechtbank

De rechtbank zal het geschil juridisch beoordelen op basis van wat de partijen kunnen bewijzen. De rechtbank kan een deskundige aanstellen om het geleverde ICT-systeem of de software te onderzoeken, en die zal vervolgens een verslag opstellen. Daarna kunnen de juridische argumenten voor de rechtbank ten gronde worden uitgespit. Dit alles kan soms -noodzakelijkerwijs - heel wat tijd in beslag nemen. En tijd is nu net iets wat je niet hebt in veel ICT-geschillen. Tegen de tijd dat er een definitieve uitspraak is kan de technische oplossing al achterhaald zijn of is de know-how om een ICT-project af te werken niet meer, of slechts tegen een hoge prijs, beschikbaar. In ons rechtssysteem kan de rechter niet het contractuele evenwicht tussen de partijen aanpassen, of de rechten en plichten van leverancier en klant herdefiniëren. De rechtbank kan vaststellen dat een contractuele verplichting niet is nagekomen en de uitvoering ervan bevelen of de overeenkomst ontbinden, en in beide gevallen ook veroordelen tot schadevergoeding.

Voordelen van bemiddeling voor ICT-geschillen

Bemiddeling of mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Het is geen arbitrage, waarbij een arbiter beslist. Bemiddeling biedt voor ICT-geschillen heel wat voordelen, zeker wanneer er meer dan twee partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld onderaannemers. De leverancier en de klant geven hun conflict niet uit handen maar spelen zelf een actieve rol. Ze zoeken, met de hulp van de mediator, naar een oplossing waarmee ze allebei kunnen leven. Hierdoor kunnen ze, als dit nuttig is voor het ICT-project, hun commerciële relatie behouden. De partijen kunnen zelf een of meerdere mediators kiezen die kennis hebben van de ICT-wereld of over de nodige juridische en/of technische bagage beschikken. Ook de taal van de bemiddeling is vrij. Dit is niet het geval in een procedure voor de rechtbank. Bewijsstukken, zoals een contract of e-mails die in het Engels zijn opgesteld, moeten dan in principe vertaald worden.

De bemiddelaar kan de achterliggende business redenen naar voren laten komen en hoeft zich niet te beperken tot een juridische of technische kijk op de zaak. Elke partij mag zelfs “onder vier ogen” met de bemiddelaar spreken, bijvoorbeeld over vertrouwelijke voorstellen of eventuele zwakke punten in het eigen dossier. Een apart gesprek met de rechter kan niet omdat de procedure daar tegensprekelijk moet zijn. Dit betekent dat je alles wat je aan de rechter voorlegt, ook op voorhand aan de tegenpartij moet voorleggen. In tegenstelling tot een openbare procedure voor de rechtbank, is een bemiddeling niet openbaar maar wel vertrouwelijk. Indien de bemiddeling mislukt mogen vertrouwelijke voorstellen achteraf niet voor de rechtbank gebruikt worden.

Geen “oefening in lief zijn voor elkaar”

Bemiddeling is natuurlijk geen mirakeloplossing. Is een precedent nodig, dan is een bemiddeling niet aangewezen. Bemiddeling is evenmin een “oefening in lief zijn voor elkaar” of iets dergelijks. Het gaat evenmin over op voorhand toegeven. Bemiddeling moet worden voorbereid zoals een onderhandeling.

Kleine lettertjes, grote gevolgen

Het is raadzaam een praktische bemiddelingsclausule in te lassen in het ICT-contract. Er bestaan verschillende varianten, en een combinatie met typische SLA-escalatieclausules zijn mogelijk. Vooral in internationale ICT-contracten is het nuttig duidelijk te preciseren wat wordt bedoeld met bemiddeling omdat het in andere landen verschillende juridische gevolgen kan hebben. In België bestaat sinds februari 2005 wel een algemene wettelijke regeling maar dit is niet in alle EU-lidstaten het geval. Ook de Europese wetgever laat zich niet onbetuigd. Daar staat een richtlijn over bemiddeling in burgerlijke en handelszaken op stapel.

Edwin Jacobs, advocaat, Monard-D’Hulst Brussel

Dit artikel schreef ik voor Datanews van 4 mei 2007, nr. 16.

ICT-praktijk Monard-D'Hulst Brussel

Sinds begin april ben ik verantwoordelijk voor de praktijkgroep TMT-IP (technologie, media, telecom - intellectuele eigendom) in het advocatenkantoor Monard-D'Hulst in Brussel.

Hieronder het persbericht.

***
Bedrijfsjurist ISABEL versterkt Brusselse ICT-praktijk Monard-D'Hulst.
Brussel, 11 april 2006. - Edwin Jacobs is begin april toegetreden tot het advocatenkantoor Monard-D'Hulst te Brussel. Hij is gespecialiseerd in ICT-recht en intellectuele eigendomsrechten.

Edwin Jacobs wordt verantwoordelijk voor de praktijkgroep TMT-IP
(technologie, media, telecom - intellectuele eigendom), onder meer actief op het vlak van software, databanken, e-business en internet, service level agreements, outsourcing en andere ICT-contracten, informatiebeveiliging, digitale archivering, elektronische facturatie, privacy, informaticacriminaliteit, e-banking, auteursrecht, merken enz.

Praktijkervaring binnen ICT-onderneming


Edwin Jacobs was voor zijn overstap naar Monard-D'Hulst als bedrijfsjurist verantwoordelijk voor de juridische dienst van ISABEL, een vooraanstaande dienstverlener in e-banking, e-business (o.a. elektronische facturatie) en e-government.
Bij het Instituut voor Bedrijfsjuristen was hij de oprichter en voorzitter van de "practice group informaticarecht-intellectuele rechten". Hij is ook vrij medewerker aan het Interdisciplinair Centrum voor Recht en Informatica (ICRI) van de KU Leuven en erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken. In 2006 en 2007 werd hij genomineerd voor een Belgian Legal Award.

Onafhankelijk advocatenkantoor voor ondernemingen

Monard-D'Hulst, dat inmiddels ook in Brussel een vaste stek veroverde, is oorspronkelijk het resultaat van een fusie van kantoren uit Hasselt en Kortrijk, waar de aanvankelijke mede-oprichters Erik Monard (Hasselt) en Xavier D'Hulst (Kortrijk) nog steeds actief zijn. Mede door het aantrekken in haar Brusselse vestiging van een nieuwe generatie vennoten afkomstig uit internationale advocatenkantoren, is het kantoor de laatste jaren uitgegroeid tot één van de toonaangevende onafhankelijke advocatenkantoren voor ondernemingen. Het telt op vandaag bijna 70 advocaten.

Sinds 2004 wordt Monard-D'Hulst door de gezaghebbende internationale gids The European Legal 500 aanbevolen voor verschillende praktijkdomeinen. In 2005 riep het zakenweekblad Trends Monard-D'Hulst uit tot één van de beste advocatenkantoren van België. In 2006 werd het kantoor bekroond als Vlaams advocatenkantoor van het jaar. Met de toetreding van Edwin Jacobs versterkt Monard-D'Hulst Brussel zijn nationale en internationale positie in een snel groeiende praktijk waarvan het belang voor de ondernemingen zienderogen toeneemt.