Last month, SWIFT emphasised the urgent need for a solution to compliance with US Treasury subpoenas that provides legal certainty for the financial industry as well as for SWIFT. SWIFT will continue its activities to adhere to the Safe Harbor framework of the European data privacy legislation. Safe Harbor is a framework negotiated by the EU and US in 2000 to provide a way for companies in Europe, with operations in the US, to conform to EU data privacy regulations.
This seems to conclude a complex privacy case, widely covered by the US and European media.
A fundamental question in this case was who is a data controller and who is a mere data processor. Both the Belgian and the European privacy authorities considered SWIFT, jointly with the banks, as a data controller whereas SWIFT had considered itself as a mere data processor that processed financial data for banks. The difference between controller and processor has far reaching consequences.
Read the whole article here or download the pdf.
I wrote this article for the Journal of Internet Banking and Commerce, April 2007, vol. 12, no. 1.
Free subscription to this journal: here
Sunday, May 13, 2007
TMT practice of Monard-D'Hulst Brussels
Since beginning of April I joined the Brussels based independant law firm Monard-D’Hulst. I will be heading the TMT-IP (Technology, Media, Telecom - Intellectual Property) practice group. It's areas of interest are legal management of ICT-projects, privacy, e-business, electronic contracting, outsourcing and service level agreements, intellectual property, security, electronic invoicing, copyright, trade marks, etc.
Snel en efficiënt ICT-geschillen oplossen. Al eens aan bemiddeling gedacht?
Een toenemend aantal bedrijven alvast wel. Wel is nog meer informatie nodig over bemiddeling of mediation. Dat blijkt uit een rondvraag bij bedrijfsjuristen die wel eens te maken krijgen met ICT-geschillen of betwistingen over intellectuele eigendom.
ICT-geschillen oplossen vergt een bijzondere aanpak
ICT-processen zijn meer en meer business-kritisch. Dit betekent dat veel ICT-geschillen een gevolg hebben voor de continuïteit van de onderneming. Als een onderneming een leverancier heeft gekozen voor een ICT-project, is het dus niet altijd zo eenvoudig om deze keuze ongedaan te maken. ICT-contracten voorzien vaak mechanismen om een evenwicht te zoeken in de contractuele verplichtingen, zoals service credits, change management of een benchmarking voor prijsherziening. Vaak ligt een technische kwestie, of een discussie over onderhoud of over kwaliteitsvereisten aan de basis van een conflict. De technologie verandert snel. Bovendien is er een toenemende convergentie tussen verschillende technologieën. Bijvoorbeeld tussen telecom, spraak en data transfer, of convergentie tussen inhoud en infrastructuur, zoals het online uitwisselen van muziek en video in peer to peer netwerken. Wat is de impact op het budget en de timing binnen het project? Wat is het gevolg voor de positie van de ICT-manager of projectmanager die rond de tafel zit? Een goed begrip van al deze zaken is onontbeerlijk voor het zoeken naar een snelle en efficiënte oplossing, of om de oplossingen te kunnen inschatten die leverancier en klant zelf voorstellen.
Naar de rechtbank
De rechtbank zal het geschil juridisch beoordelen op basis van wat de partijen kunnen bewijzen. De rechtbank kan een deskundige aanstellen om het geleverde ICT-systeem of de software te onderzoeken, en die zal vervolgens een verslag opstellen. Daarna kunnen de juridische argumenten voor de rechtbank ten gronde worden uitgespit. Dit alles kan soms -noodzakelijkerwijs - heel wat tijd in beslag nemen. En tijd is nu net iets wat je niet hebt in veel ICT-geschillen. Tegen de tijd dat er een definitieve uitspraak is kan de technische oplossing al achterhaald zijn of is de know-how om een ICT-project af te werken niet meer, of slechts tegen een hoge prijs, beschikbaar. In ons rechtssysteem kan de rechter niet het contractuele evenwicht tussen de partijen aanpassen, of de rechten en plichten van leverancier en klant herdefiniëren. De rechtbank kan vaststellen dat een contractuele verplichting niet is nagekomen en de uitvoering ervan bevelen of de overeenkomst ontbinden, en in beide gevallen ook veroordelen tot schadevergoeding.
Voordelen van bemiddeling voor ICT-geschillen
Bemiddeling of mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Het is geen arbitrage, waarbij een arbiter beslist. Bemiddeling biedt voor ICT-geschillen heel wat voordelen, zeker wanneer er meer dan twee partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld onderaannemers. De leverancier en de klant geven hun conflict niet uit handen maar spelen zelf een actieve rol. Ze zoeken, met de hulp van de mediator, naar een oplossing waarmee ze allebei kunnen leven. Hierdoor kunnen ze, als dit nuttig is voor het ICT-project, hun commerciële relatie behouden. De partijen kunnen zelf een of meerdere mediators kiezen die kennis hebben van de ICT-wereld of over de nodige juridische en/of technische bagage beschikken. Ook de taal van de bemiddeling is vrij. Dit is niet het geval in een procedure voor de rechtbank. Bewijsstukken, zoals een contract of e-mails die in het Engels zijn opgesteld, moeten dan in principe vertaald worden.
De bemiddelaar kan de achterliggende business redenen naar voren laten komen en hoeft zich niet te beperken tot een juridische of technische kijk op de zaak. Elke partij mag zelfs “onder vier ogen” met de bemiddelaar spreken, bijvoorbeeld over vertrouwelijke voorstellen of eventuele zwakke punten in het eigen dossier. Een apart gesprek met de rechter kan niet omdat de procedure daar tegensprekelijk moet zijn. Dit betekent dat je alles wat je aan de rechter voorlegt, ook op voorhand aan de tegenpartij moet voorleggen. In tegenstelling tot een openbare procedure voor de rechtbank, is een bemiddeling niet openbaar maar wel vertrouwelijk. Indien de bemiddeling mislukt mogen vertrouwelijke voorstellen achteraf niet voor de rechtbank gebruikt worden.
Geen “oefening in lief zijn voor elkaar”
Bemiddeling is natuurlijk geen mirakeloplossing. Is een precedent nodig, dan is een bemiddeling niet aangewezen. Bemiddeling is evenmin een “oefening in lief zijn voor elkaar” of iets dergelijks. Het gaat evenmin over op voorhand toegeven. Bemiddeling moet worden voorbereid zoals een onderhandeling.
Kleine lettertjes, grote gevolgen
Het is raadzaam een praktische bemiddelingsclausule in te lassen in het ICT-contract. Er bestaan verschillende varianten, en een combinatie met typische SLA-escalatieclausules zijn mogelijk. Vooral in internationale ICT-contracten is het nuttig duidelijk te preciseren wat wordt bedoeld met bemiddeling omdat het in andere landen verschillende juridische gevolgen kan hebben. In België bestaat sinds februari 2005 wel een algemene wettelijke regeling maar dit is niet in alle EU-lidstaten het geval. Ook de Europese wetgever laat zich niet onbetuigd. Daar staat een richtlijn over bemiddeling in burgerlijke en handelszaken op stapel.
Edwin Jacobs, advocaat, Monard-D’Hulst Brussel
Dit artikel schreef ik voor Datanews van 4 mei 2007, nr. 16.
ICT-geschillen oplossen vergt een bijzondere aanpak
ICT-processen zijn meer en meer business-kritisch. Dit betekent dat veel ICT-geschillen een gevolg hebben voor de continuïteit van de onderneming. Als een onderneming een leverancier heeft gekozen voor een ICT-project, is het dus niet altijd zo eenvoudig om deze keuze ongedaan te maken. ICT-contracten voorzien vaak mechanismen om een evenwicht te zoeken in de contractuele verplichtingen, zoals service credits, change management of een benchmarking voor prijsherziening. Vaak ligt een technische kwestie, of een discussie over onderhoud of over kwaliteitsvereisten aan de basis van een conflict. De technologie verandert snel. Bovendien is er een toenemende convergentie tussen verschillende technologieën. Bijvoorbeeld tussen telecom, spraak en data transfer, of convergentie tussen inhoud en infrastructuur, zoals het online uitwisselen van muziek en video in peer to peer netwerken. Wat is de impact op het budget en de timing binnen het project? Wat is het gevolg voor de positie van de ICT-manager of projectmanager die rond de tafel zit? Een goed begrip van al deze zaken is onontbeerlijk voor het zoeken naar een snelle en efficiënte oplossing, of om de oplossingen te kunnen inschatten die leverancier en klant zelf voorstellen.
Naar de rechtbank
De rechtbank zal het geschil juridisch beoordelen op basis van wat de partijen kunnen bewijzen. De rechtbank kan een deskundige aanstellen om het geleverde ICT-systeem of de software te onderzoeken, en die zal vervolgens een verslag opstellen. Daarna kunnen de juridische argumenten voor de rechtbank ten gronde worden uitgespit. Dit alles kan soms -noodzakelijkerwijs - heel wat tijd in beslag nemen. En tijd is nu net iets wat je niet hebt in veel ICT-geschillen. Tegen de tijd dat er een definitieve uitspraak is kan de technische oplossing al achterhaald zijn of is de know-how om een ICT-project af te werken niet meer, of slechts tegen een hoge prijs, beschikbaar. In ons rechtssysteem kan de rechter niet het contractuele evenwicht tussen de partijen aanpassen, of de rechten en plichten van leverancier en klant herdefiniëren. De rechtbank kan vaststellen dat een contractuele verplichting niet is nagekomen en de uitvoering ervan bevelen of de overeenkomst ontbinden, en in beide gevallen ook veroordelen tot schadevergoeding.
Voordelen van bemiddeling voor ICT-geschillen
Bemiddeling of mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Het is geen arbitrage, waarbij een arbiter beslist. Bemiddeling biedt voor ICT-geschillen heel wat voordelen, zeker wanneer er meer dan twee partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld onderaannemers. De leverancier en de klant geven hun conflict niet uit handen maar spelen zelf een actieve rol. Ze zoeken, met de hulp van de mediator, naar een oplossing waarmee ze allebei kunnen leven. Hierdoor kunnen ze, als dit nuttig is voor het ICT-project, hun commerciële relatie behouden. De partijen kunnen zelf een of meerdere mediators kiezen die kennis hebben van de ICT-wereld of over de nodige juridische en/of technische bagage beschikken. Ook de taal van de bemiddeling is vrij. Dit is niet het geval in een procedure voor de rechtbank. Bewijsstukken, zoals een contract of e-mails die in het Engels zijn opgesteld, moeten dan in principe vertaald worden.
De bemiddelaar kan de achterliggende business redenen naar voren laten komen en hoeft zich niet te beperken tot een juridische of technische kijk op de zaak. Elke partij mag zelfs “onder vier ogen” met de bemiddelaar spreken, bijvoorbeeld over vertrouwelijke voorstellen of eventuele zwakke punten in het eigen dossier. Een apart gesprek met de rechter kan niet omdat de procedure daar tegensprekelijk moet zijn. Dit betekent dat je alles wat je aan de rechter voorlegt, ook op voorhand aan de tegenpartij moet voorleggen. In tegenstelling tot een openbare procedure voor de rechtbank, is een bemiddeling niet openbaar maar wel vertrouwelijk. Indien de bemiddeling mislukt mogen vertrouwelijke voorstellen achteraf niet voor de rechtbank gebruikt worden.
Geen “oefening in lief zijn voor elkaar”
Bemiddeling is natuurlijk geen mirakeloplossing. Is een precedent nodig, dan is een bemiddeling niet aangewezen. Bemiddeling is evenmin een “oefening in lief zijn voor elkaar” of iets dergelijks. Het gaat evenmin over op voorhand toegeven. Bemiddeling moet worden voorbereid zoals een onderhandeling.
Kleine lettertjes, grote gevolgen
Het is raadzaam een praktische bemiddelingsclausule in te lassen in het ICT-contract. Er bestaan verschillende varianten, en een combinatie met typische SLA-escalatieclausules zijn mogelijk. Vooral in internationale ICT-contracten is het nuttig duidelijk te preciseren wat wordt bedoeld met bemiddeling omdat het in andere landen verschillende juridische gevolgen kan hebben. In België bestaat sinds februari 2005 wel een algemene wettelijke regeling maar dit is niet in alle EU-lidstaten het geval. Ook de Europese wetgever laat zich niet onbetuigd. Daar staat een richtlijn over bemiddeling in burgerlijke en handelszaken op stapel.
Edwin Jacobs, advocaat, Monard-D’Hulst Brussel
Dit artikel schreef ik voor Datanews van 4 mei 2007, nr. 16.
ICT-praktijk Monard-D'Hulst Brussel
Sinds begin april ben ik verantwoordelijk voor de praktijkgroep TMT-IP (technologie, media, telecom - intellectuele eigendom) in het advocatenkantoor Monard-D'Hulst in Brussel.
Hieronder het persbericht.
***
Bedrijfsjurist ISABEL versterkt Brusselse ICT-praktijk Monard-D'Hulst.
Brussel, 11 april 2006. - Edwin Jacobs is begin april toegetreden tot het advocatenkantoor Monard-D'Hulst te Brussel. Hij is gespecialiseerd in ICT-recht en intellectuele eigendomsrechten.
Edwin Jacobs wordt verantwoordelijk voor de praktijkgroep TMT-IP
Praktijkervaring binnen ICT-onderneming
Edwin Jacobs was voor zijn overstap naar Monard-D'Hulst als bedrijfsjurist verantwoordelijk voor de juridische dienst van ISABEL, een vooraanstaande dienstverlener in e-banking, e-business (o.a. elektronische facturatie) en e-government.
Bij het Instituut voor Bedrijfsjuristen was hij de oprichter en voorzitter van de "practice group informaticarecht-intellectuele rechten". Hij is ook vrij medewerker aan het Interdisciplinair Centrum voor Recht en Informatica (ICRI) van de KU Leuven en erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken. In 2006 en 2007 werd hij genomineerd voor een Belgian Legal Award.
Onafhankelijk advocatenkantoor voor ondernemingen
Monard-D'Hulst, dat inmiddels ook in Brussel een vaste stek veroverde, is oorspronkelijk het resultaat van een fusie van kantoren uit Hasselt en Kortrijk, waar de aanvankelijke mede-oprichters Erik Monard (Hasselt) en Xavier D'Hulst (Kortrijk) nog steeds actief zijn. Mede door het aantrekken in haar Brusselse vestiging van een nieuwe generatie vennoten afkomstig uit internationale advocatenkantoren, is het kantoor de laatste jaren uitgegroeid tot één van de toonaangevende onafhankelijke advocatenkantoren voor ondernemingen. Het telt op vandaag bijna 70 advocaten.
Sinds 2004 wordt Monard-D'Hulst door de gezaghebbende internationale gids The European Legal 500 aanbevolen voor verschillende praktijkdomeinen. In 2005 riep het zakenweekblad Trends Monard-D'Hulst uit tot één van de beste advocatenkantoren van België. In 2006 werd het kantoor bekroond als Vlaams advocatenkantoor van het jaar. Met de toetreding van Edwin Jacobs versterkt Monard-D'Hulst Brussel zijn nationale en internationale positie in een snel groeiende praktijk waarvan het belang voor de ondernemingen zienderogen toeneemt.
Hieronder het persbericht.
***
Bedrijfsjurist ISABEL versterkt Brusselse ICT-praktijk Monard-D'Hulst.
Brussel, 11 april 2006. - Edwin Jacobs is begin april toegetreden tot het advocatenkantoor Monard-D'Hulst te Brussel. Hij is gespecialiseerd in ICT-recht en intellectuele eigendomsrechten.
Edwin Jacobs wordt verantwoordelijk voor de praktijkgroep TMT-IP
(technologie, media, telecom - intellectuele eigendom), onder meer actief op het vlak van software, databanken, e-business en internet, service level agreements, outsourcing en andere ICT-contracten, informatiebeveiliging, digitale archivering, elektronische facturatie, privacy, informaticacriminaliteit, e-banking, auteursrecht, merken enz.
Edwin Jacobs was voor zijn overstap naar Monard-D'Hulst als bedrijfsjurist verantwoordelijk voor de juridische dienst van ISABEL, een vooraanstaande dienstverlener in e-banking, e-business (o.a. elektronische facturatie) en e-government.
Bij het Instituut voor Bedrijfsjuristen was hij de oprichter en voorzitter van de "practice group informaticarecht-intellectuele rechten". Hij is ook vrij medewerker aan het Interdisciplinair Centrum voor Recht en Informatica (ICRI) van de KU Leuven en erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken. In 2006 en 2007 werd hij genomineerd voor een Belgian Legal Award.
Onafhankelijk advocatenkantoor voor ondernemingen
Monard-D'Hulst, dat inmiddels ook in Brussel een vaste stek veroverde, is oorspronkelijk het resultaat van een fusie van kantoren uit Hasselt en Kortrijk, waar de aanvankelijke mede-oprichters Erik Monard (Hasselt) en Xavier D'Hulst (Kortrijk) nog steeds actief zijn. Mede door het aantrekken in haar Brusselse vestiging van een nieuwe generatie vennoten afkomstig uit internationale advocatenkantoren, is het kantoor de laatste jaren uitgegroeid tot één van de toonaangevende onafhankelijke advocatenkantoren voor ondernemingen. Het telt op vandaag bijna 70 advocaten.
Sinds 2004 wordt Monard-D'Hulst door de gezaghebbende internationale gids The European Legal 500 aanbevolen voor verschillende praktijkdomeinen. In 2005 riep het zakenweekblad Trends Monard-D'Hulst uit tot één van de beste advocatenkantoren van België. In 2006 werd het kantoor bekroond als Vlaams advocatenkantoor van het jaar. Met de toetreding van Edwin Jacobs versterkt Monard-D'Hulst Brussel zijn nationale en internationale positie in een snel groeiende praktijk waarvan het belang voor de ondernemingen zienderogen toeneemt.
Subscribe to:
Posts (Atom)